Voor het bepalen van de leidingdiameter dient uitgegaan te worden van een ideale vloeistofsnelheid van 2 meter per seconde, in uitzonderlijke gevallen kan gekozen worden voor de maximaal toelaatbare vloeistofsnelheid van 3 meter per seconde.
De tabel geldt voor “steekleidingen”, dus vanaf de pompunit met één leiding naar de aftappunten. Indien re sprake is van een “ringleiding”, dan verdeeld het water zich vanaf de pompunit in de ring zowel naar links als naar rechts. Het voordeel van een ringleiding is dat er met dezelfde diameters met een dubbele wateropbrengst gewerkt kan worden.
Voorbeeld 1: De hogedrukpomp heeft een capaciteit van 20 liter per minuut. We gaan werken met een steekleiding. Welke leidingdiameter moeten we toepassen? Antwoord: een hogedrukdiameter met een binnendiameter van 15 mm.
Voorbeeld 2: De hogedrukpomp heeft een capaciteit van 70 liter per minuut. We gaan werken met een steekleiding. Welke leidingdiameter moeten we toepassen? Antwoord: bij een watersnelheid van 3 meter per seconde kan worden volstaan met een 22 mm. hogedrukleiding Opmerking: indien een ringleiding toegepast zou worden, dan zou men kunnen volstaan met een 15 mm. Hogedrukleiding, eveneens bij een vloeistofsnelheid van 3 meter per seconde.