Wanneer een vloeistof door een slang of leiding stroomt, wordt er wrijvingswarmte gegenereerd. Dit resulteert in verlies van druk. Om de drukverliezen binnen de perken te houden en problemen als gevolg van waterslag en/of cavitatie te voorkomen dienen we – aan de hand van de tabel - een juiste keuze in diameter te maken.
Bij het bepalen van de slang- of leidingdiameter (dit betreft altijd de binnendiameter) dient steeds de vereiste wateropbrengst opbrengst bekend te zijn. Voor het bepalen van de diameter van de zuigslang wordt gerekend met een watersnelheid van 0,65 tot 1 meter per seconde. Voor persleidingen wordt gerekend met een ideale snelheid van 2 tot 3 meter per seconde.
Als deze gegevens bekend zijn kan met behulp van onderstaande grafiek de juiste leiding- of slangdiameter worden bepaald.
v = watersnelheid in meter per seconde. h = drukverlies in meter water kolom, per kilometer. Q = waterdoorstroming in liters per minuut. Inter diameter op pipes = inwendige leiding- of slangdiameter.
Voorbeeld: We hebben een wateropbrengst nodig van 1000 liter per minuut. Uitgaande van een ideale vloeistofsnelheid van 2 tot maximaal 3 meter per seconde komen we op een inwendige leiding diameter van 100 mm. De watersnelheid is ca. 2,1 mtr/sec. en het drukverlies is 54 meter waterkolom, zijnde 5,4 bar per kilometer, oftewel 0,54 bar per 100 meter.