Pompcapaciteit (Q)
Hiermee wordt de opbrengst van een pomp per tijdseenheid bedoeld. Bij kleine installaties wordt de pompopbrengst meestal weergegeven in liters per minuut (ltr/min) of liters per uur (ltr/h). Bij grote pompen wordt de opbrengst veelal weergegeven in m³/uur oftewel m³/h. De maximale pompcapaciteit wordt op het typeplaatje van de pomp weergegeven.
Als een pomp uit een reservoir zuigt moet dan de terugslagklep in de pers of in de zuig?
Wanneer door een bepaalde oorzaak het reservoir leeg raakt en niet meer wordt bijgevuld, zal de pomp door de laagwaterbeveiliging worden uitgeschakeld. Echter, indien de terugslagklep in de persleiding is geplaatst, zal de pomp als een communicerend vat gaan werken en gedeeltelijk leeglopen. Wanneer de pomp weer wordt vrijgegeven zal deze drooglopen omdat zich een groot gedeelte van de pomp lucht heeft opgehoopt met als gevolg schade aan de mechanische asafdichting die lekkage kan veroorzaken. Daarom adviseren wij om de terugslagklep in de zuigleiding van de pomp te plaatsen zodat de pomp te allen tijde gevuld blijft met het medium zodat na vrijgave weer probleemloos kan worden opgestart.
Dampspanning (HD)
Elke vloeistof zal bij een bepaalde temperatuur in damp overgaan. De temperatuur waarbij een vloeistof in damp overgaat, is afhankelijk van de druk die boven de vloeistof heerst. Hoe hoger de druk in een vat is, hoe hoger de temperatuur moet zijn om een vloeistof aan de kook te brengen. Tijdens het koken stijgt de temperatuur niet verder. Wordt de damp niet afgevoerd dan houdt na een zeker ogenblik de dampvorming op. De ruimte boven de vloeistof is dan met damp verzadigd. Deze verzadigde damp boven de vloeistof heeft een bepaalde druk, nl. de verzadigde dampspanning. Dit is de hoogste dampspanning die bij een bepaalde temperatuur kan bereikt worden. Zodra de druk boven de vloeistof beneden de verzadigde dampspanning komt, zal de vloeistof onmiddellijk weer gaan verdampen.
Manometrische zuigdruk
Onderdruk (in bar of Mwk) die wordt aangegeven door de vacuümmanometer aangesloten op de inlaat van een in werking zijnde pomp.
Opmerking: De manometrische zuigdruk is gelijk aan de som van de statische zuigdruk, de dynamische druk van de vloeistof in de pompinlaat en de druk die nodig is voor het overwinnen van de wrijvingsweerstand. (Mwk = meter water kolom; 10 Mwk = 1 bar)
Statische zuigdruk
Onderdruk (in bar of Mwk) aan de inlaatzijde van een pomp nodig voor het gevuld houden van de zuigleiding, bij een stilstaande pomp of een pomp met gesloten afname.
Opmerking: De statische zuigdruk is gelijk aan de hydrostatische druk van de waterkolom met een hoogte gelijk aan het hoogteverschil tussen het hart van de pomp en de waterspiegel.
Pompdruk en statische persdruk
Dit is de maximaal haalbare (theoretisch) druk - in bar - bij een bepaalde pompcapaciteit (opbrengst). Deze pompdruk wordt op het typeplaatje van de pomp weergegeven. De pompdruk kan bereikt worden door de persafsluiter van de pomp dicht te draaien, zodat er geen waterafname plaats vindt. De afgelezen waarde op de manometer geeft dan de maximaal druk aan, welke gelijk is aan de pompdruk verminderd met de zuighoogte, de afgelezen druk heet dan de statische persdruk.
Manometrische persdruk
De druk - in bar - die wordt aangegeven door de manometer, aangesloten op de uitlaat van een in werking zijnde pomp.
Waterslag
Drukstoot in een leiding door het abrupt tot stilstand komen van de vloeistofstroom, bijv. door het snel sluiten van een afsluiter.
Wat is 1 bar?
Bar is een eenheid van druk en spanning.
1 bar = 1,020 kilogramforce/vierkante centimeter (kgf/cm²)
1 bar = 10 Mwk (meter water kolom)
Op het type plaatje van een pomp staat o.a. “opvoerhoogte 60 Mwk”, hetgeen betekent dat deze pomp een maximale pompdruk heeft van 6 bar